Conclusie

Het valt op dat oplossingen voor het fileprobleem vooral gezocht worden op niveau van het wegennet. Toch zou men moeten veronderstellen dat de Vlaamse regering, na jaren oplossingen zoeken op vlak van mobiliteit, nu toch wat creatiever uit te hoek zou mogen komen. We weten ondertussen ook uit ondervinding dat verbreding van wegen extra verkeer aanzuigt en files niet overal wegwerkt.

Op het eerste zicht lijkt men in het mobiliteitsplan veel aandacht te besteden aan duurzaamheidsinitiatieven. Toch blijkt dat duurzaamheid ook al een modewoord is geworden, waar ondertussen al veel verschillende interpretaties van bestaan. Tegelijkertijd wordt er de meeste aandacht gegeven aan de economische vooruitgang, waar mobiliteit ten dienste van moet staan. De vraag is of het dan nog wel effectief gaat over ‘duurzaamheid’, of dat ‘duurzaamheid’ eerder als dekmantel gebruikt wordt om de plannen mooi naar buiten te presenteren.

Kaart: Verstening Vlaanderen – vergelijking tussen 2000 en 2050
(Bron: Bond Beter Leefmilieu, 2014, online)

Bebouwde oppervlakte in Vlaanderen in 2000.
Voorspelling bebouwde oppervlakte in Vlaanderen tegen 2050.

Kijken we alleen al naar het praktijkvoorbeeld N42, dan zien we dat er een keuze moet gemaakt worden tussen economische overwegingen of milieuoverwegingen. Kiezen we voor de aanleg van een nieuw tracé, dan geloven we in meer economische groei in de streek.  Kiezen we niet voor de aanleg van een nieuw tracé en wél voor een verbetering van de bestaande weg, houden we extra verkeer weg en behouden we een natuurgebied.

De aanleg van de N42 past binnen het kader van economische vooruitgang, maar botst radicaal met de principes van duurzaamheid. We kunnen concluderen dat het mobiliteitsplan een intrinsieke paradox vertoont. De Vlaamse regering doet zich ‘groen’ voor, maar kiest in praktijk niet voor duurzame of ‘groene’ keuzes.

Kom eerst naar buiten met de werkelijke wensen, dan kan er vervolgens met duidelijke informatie gedebatteerd worden.